|
Kenmerken
De Aardbeivlinder is een vlinder van de
rode lijst van dagvlinders. Ze vliegen in één generatie tussen 1 mei
en 5 juni. De bovenzijde van de vleugels is bruin met vele witte
vlekken. de buitenrand van de vleugels is geblokt. De onderzijde is
grijsbruin met dezelfde witte vlekken als aan de bovenzijde.
Voorkomen
Ze komen zowel voor in natte als droge gebieden.
Rups
Als de vlinders gepaard hebben gaat het vrouwtje op zoek naar een
geschikte plaats om haar eitjes af te zetten. Ze vliegen dan laag over
de grond en planten. Meestal worden de eitje afgezet op jonge planten.
Per geschikt blad wordt één eitje afgezet. De rupsen zijn alleen 's
ochtends en 's avonds actief aan het eten. De rest van de dag houden ze
zich schuil in een kokertje van blad. De rups wordt tot 19 mm lang,
geelgroen met een donkere rugstreep.
Waardplanten
De waardplanten van de Aardbeivlinder zijn in het binnenland
voornamelijk tormentil en in de duinen vooral dauwbraam.
Weetjes
Ze overwinteren als pop of cocon van samengesponnen, dor blad. Na
negen maanden komt de vlinder uit de pop. Ze voeden zich met nectar uit
diverse planten. Dit zijn bijvoorbeeld tormentil, muizenoor, kruipend
zenegroen, reigersbek en duinviooltje.
|