|
Kenmerken
De adder wordt tot ongeveer 80 cm
lang. Het mannetje is meestal grijs en het vrouwtje bruin. Beide
hebben grijze, bruine of zwartachtige zigzagband op de rug. De buik
is donker. De pupillen in de ogen staan vertikaal.
Voortplanting
De paring vindt
plaats in april en mei. In augustus of september worden dan 5
tot 18 levende, 15 tot 20 cm lange, jongen geboren. Na een
korte, koele zomer overwintert het vrouwtje met de embryo's.
Voedsel
Hij jaagt op muizen, vogels en
kikkers, die door zijn giftige beet worden gedood.
Voorkomen
De adder komt voor op heiden, in
bossen, moerassen en hooilanden met struiken. Hij is giftig. Overdag
en tijdens de schemering is hij actief. In Nederland komt de adder
voor in zuidoostelijk Friesland, Drenthe, noordoostelijk Utrecht,
Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg.
|
|