|
Kenmerken
Het Boomblauwtje heeft
aan de bovenzijde van de vleugels een waterig lichtblauwe kleur met
zwarte randen, zowel bij de mannetjes als bij de vrouwtjes. De onderzijde van de vleugels is lichtblauw met
zeer kleine zwarte stippen. De achtervleugels hebben geen oogvlekken en
geen staartje. Voorkomen
Het Boomblauwtje komt
algemeen voor in lage aantallen. Meestal zie je ze in de buurt van
bosachtige gebieden, parken en tuinen. Je kunt ze zelfs midden in het
dorp in de tuin aantreffen. Rups
Het vrouwtje legt de eieren één voor één of in kleine groepjes op de
waardplanten. De rups is een tot 13 mm lange, groen of roodachtige rups,
met aan de zijkanten lichte lijnen.
Waardplanten
Waardplant voor deze
vlinder is onder andere Klimop (Hedera helix), Sporkehout (Rhamnus
frangula) en Grote Kattenstaart (Lythrum salicaria).
Weetjes
Deze vlinders vliegen in twee generaties per jaar en je kunt ze zien
tussen begin mei en eind september. Deze vlinder overwintert als pop. |