|
Kenmerken
Hij is ongeveer zo groot als een mus. Hij heeft een kort
en dik lichaam met korte poten, een korte staart en een spitse,
stevige snavel. Ze klimmen meestal langs takken en stammen, ook met
de kop naar beneden. Meestal vliegt hij van boom tot boom. De
Boomklever is niet erg sociaal en daarom zie je ze ook vaak in
paren. De Boomklever komt in heel Europa
voor met uitzondering van het hoge Noorden. Bij ons is hij het hele
jaar door te vinden. Boomklevers leven in grote bomen in loof- en
gemengde bossen, maar je ziet ze ook we in tuinen en parken en in de
winter op voederplaatsen.
Broedgedrag
Het nest wordt in een boomspleet gemaakt en
achter het schors verstopt. Ook broedt hij soms in nestkasten met
een speciale gleufachtige ingang aan de zijkant. Vanaf midden april
beginnen ze met het leggen van eieren.
Ze broeden over het algemeen maar één keer in het
jaar. Er worden dan 6 of 7 eieren gelegd. Het vrouwtje broedt
vervolgens de eieren uit in 15 tot 17 dagen. De jongen worden daarna
nog 15 tot 17 dagen door beide ouders gevoerd.
Voedsel
Het voedsel van de boomklever
bestaat voornamelijk uit insecten en spinnen, maar in de winter eet
hij ook zaden.
Trekgedrag
De Boomklever is een Stand- en
zwerfvogel. |