|
Kenmerken
Het mannetje is overwegend blauwgroen met een metaalachtige glans. De
vleugels zijn geheel donker gekleurd in tegenstelling tot de
Weidebeekjuffer. Het vrouwtje is
bruingroen met dezelfde kenmerken als het mannetje. Ze worden 45 tot 49
mm lang.
Voorkomen
Ze vliegen van eind mei tot begin augustus. In Nederland komt hij
lokaal voor. Verder komt hij in heel Europa voor. In het Middellands
Zeegebied komt een
ondersoort voor waarbij de vleugelbasis de eerste 5
mm doorzichtig is. (zie foto's) Ze komen vooral voor bij zuurstofrijke
beekjes en bovenlopen van riviertjes.
Weetjes
In Nederland is er lang teruggang geweest in aantal. Sinds 2000
herstelt deze soort zich iets. Hij is zeldzaam in Brabant, Limburg en de
Achterhoek. In de Ardennen vrij algemeen. |