|
|
Bruine Korenbout (Libellula Fulva)

© E. Bruulsema
|
Kenmerken
De bruine korenbout lijkt wat op
een oeverlibel maar is altijd te herkennen aan de donkere,
driehoekige vlek aan de basis van de achtervleugel en één of twee
donkere streepjes aan de basis van de voorvleugel. Ze worden ongeveer 43 tot 45
mm groot. (4,3 tot 4,5 cm) Voorkomen
Soms zijn ze in grote aantallen
te vinden in juni. De uiterste waarneemdata zijn 16 april en 1
augustus. In Nederland vooral in laagveengebieden als de Weerribben, de Wieden en het
Vechtplassengebied, bij plasjes langs de grote rivieren en enkele
kanalen en beekjes op de zandgronden. In Nederland is deze libel
vrij zeldzaam. Aantallen kunnen van jaar tot
jaar sterk wisselen.
Voortplanting
Paring duurt 3-16 minuten. Eerst in de lucht, en daarna al gauw op
riet of gele lis. Na de paring vliegen de libellen weg van het water.
Het mannetje bewaakt soms het vrouwtje bij het afzetten van de eieren,
maar vaak zet het vrouwtje in eenzaamheid de eieren af. Eieren worden
afgezet op de grens van oeverbegroeiing en water, op zonnige plekken.
Het vrouwtje zet met ritmische bewegingen de eitjes af op de
waterspiegel. De eieren komen na 5-7 weken uit. Larven leven verborgen
in de modder. Jonge larven lopen over de bodem van het water heen en
weer, oudere larven graven zich in. De levenscyclus duurt vaak 2 jaar. |
|