|
Kenmerken
De Bruinrode Heidelibel lijkt erg op de Steenrode Heidelibel. Ze
hebben beide geelgestreepte, zwarte poten. Bij uitgevlogen dieren zijn
aan beide zijden van het achterlijf citroengele banden te zien. De
mannetjes hebben een roodoranje achterlijf. Het vrouwtje heeft een zeer
variabel gekleurd achterlijf, van groen, grijs, bruin en geel. Ze worden
42 tot 44 mm lang. Voorkomen
Hij kan waargenomen worden tussen mei en november. De grootste
aantallen zijn te vinden van juli tot september. Ze komen vooral voor
langs stilstaande wateren, zoals meren en vennen. In geheel
Midden-Europa en Zuid-Europa komt hij algemeen voor.
Voortplanting
De paring vindt plaats in de oeverbegroeiing. Dat duurt een
kwartiertje. Daarna vertrekt het paar als tandem, naar het water. Het
vrouwtje zet de eieren af op de waterspiegel. Ei overwintert. Eitjes
komen in 3-6 weken tot ontwikkeling, afhankelijk van de
watertemperatuur. De larven leven op de bodem en tussen de waterplanten.
Hoofdvoedsel: muggenlarven. De levenscyclus duurt een jaar.
Weetjes
De streep over het voorhoofd loopt niet langs de oogrand naar
beneden. |