|
Kenmerken
De dotterbloem is een echte oever en moerasplant. Al vroeg in het
jaar begint deze plant te bloeien en daar wordt dankbaar gebruik gemaakt
van de eerste nectarzoekende insecten. Het is een stevige plant die tot
60 centimeter hoog kan worden maar meestal lager blijft.
Bloemen
De stevige geheel gele bloemen lijken wel wat op de bloemen van de
boterbloem maar zijn behoorlijk wat groter, tot zo'n 4 centimeter. De
meestal 5 tot soms 8 kelkbladeren zijn vrij rond en een beetje afgeplat
aan de bovenzijde. Het hart van de bloem wordt gevormd door een grote
hoeveelheid meeldraden.
Bladeren
De glanzende stevige bladeren zijn groen van kleur en soms voorzien
met een paars-rood meestal getand randje. De nerven van de hartvormige
bladeren zijn duidelijk te zien en blijven het hele seizoen aan.
Standplaats
De dotterbloem houdt van een vochtige, natte standplaats. Ze zijn
meestal langs de oever of in ondiep water te vinden. In zowel de volle
zon of halfschaduw doen ze het goed. De dotterbloem is niet erg
kieskeurig wat grond betreft en komt daarom bijna op alle gronden voor
behalve de zware zeeklei.
Verspreiding
In Nederland is de dotterbloem een redelijk algemeen voorkomende
plant die plaatselijk zeer algemeen is.
Rode Lijst
Deze soort staat op
de Nederlandse rode lijst.
Weetjes
De dotterbloem is giftig waardoor het vee de planten liever laten
staan.
De dotterbloem heeft 2 bloeitijden. In het voorjaar rond april en mei en
later in het jaar rond september.
|