|
|
Egel
(Erinaceus europaeus)

© M. ten Wolde
|
Kenmerken
De egel ziet er lief en direct ook bedreigend uit met zijn schattige uiterlijk, maar ook scherpe stekels. Ze komen al eeuwen lang
voor in tuinen, bossen, bermen, graslanden etc... Helaas worden er (vooral in het najaar) veel egels plat gereden op wegen. De egel
heeft namelijk van nature de neiging om zich op te rollen als er gevaar dreigt. Dit doen ze dus ook als er een auto nadert. De egel
wordt 20 tot 31 cm lang. De staart is tussen de 2 en 4,5 cm lang en het gewicht is 300 tot 1200 gram.
Voedsel
De egel eet voornamelijk ongewervelde dieren, zoals kever, wormen, rupsen, slakken en wormen. Daarnaast is bekend dat de
egel zich ook te goed doet aan eieren, aas, amfibieën en kleine zoogdieren. In de winter gaat de egel in winterslaap en teren ze
op hun vetreserves.
Voortplanting
De voortplantingstijd sluit aan op de winterslaap en is in april. De meeste jongen worden daarna vroeg in de zomer op de wereld
gezet. In september volgt er vervolgens nog een tweede worp, als het eerste nest verloren ging. Helaas overleven late jongen de
winter meestal niet. De jongen eten na een maand vast voedsel, daarvoor worden ze gezoogd. Het mannetje bemoeit zich niet met de
jongen. Ze krijgen per keer tussen de 3 en 10 jongen, maar 4 is normaal. |
|
|