Kenmerken
In Nederland
zijn twee soorten inheemse eiken, namelijk de zomer- en
wintereik. Het verschil tussen deze twee eiken probeer ik
hieronder uit te leggen. De zomereik heeft in tegenstelling tot
de wintereik de vruchten (eikels) aan een steeltje zitten.
Tevens zijn bij de wintereik de steeltjes van het blad langer
dan bij de zomereik.
De Latijnse naam van de boom is Quercus robur. Robur betekend 'stoer'. Het is ook als je hem ziet een store boom met zijn gegroefde barst. Eikenhout werd veel gebruikt als bouwmateriaal. Het is namelijk sterk en duurzaam. Tevens groeide het vaak in komme bochten. Deze kromme bochten werden dan gebruikt als gebinten in huizen of in de scheepsbouw. Eiken waren vroeger belangrijk voor de scheepsbouw.
Bij de
houtleveranciers zijn nog steeds de hoge en weinig vertakte
bomen geliefd. Tegenwoordig wordt het hout vooral gebruikt voor
betimmeringen en meubilair.
In en eikenbos leven vele
verschillende dieren, zoals diverse vlinders, buizerds,
houtduiven e.d. Doordat het bladerdak van een eikenbos vrij veel
licht doorlaat, ontstaat hier een goede humuslaag. Op deze
humuslaag groeien vervolgens weer diverse planten. Tevens is
deze grond zeer geschikt voor woelmuizen en padden. Deze dieren
zijn het voedsel van bijvoorbeeld de buizerd. Tevens komen er
vele insecten af op het voedsel in de bodem, maar ook op de
eikels en bladeren van de eik.
