|
|
Fitis (Phylloscopus Trochilus)

© M. ten Wolde
|
Kenmerken
De fitis is een vogeltje die je eerder zal horen dan zien. Het
opvallende zanggeluid zal je na een paar keer niet snel vergeten. De
fitis lijkt erg veel op de tjiftjaf. De laatste lijkt iets wolliger maar
is even groot. Daarnaast is de oogstreep van de fitis wat langer en zijn
de poten zijn lichter van kleur. Het grootste verschil zit het hem in de
zang. De tjiftjaf zingt zijn eigen naam. Het fijne gezang van de fitis
doet je meteen denken aan mooi voorjaarsweer. Met een lichaamslengte van
11 centimeter zijn ze kleiner dan de mus. In Nederland neemt het aantal
broedparen toe. Meestal zijn ze te zien in gebieden met veel riet en
struiken zijn maar worden ook wel eens in stad of dorp gezien of
gehoord.
Broedgedrag
De fitis bouwt zijn nestonder struiken in een kuiltje in de grond.
Met een dakje wordt het kuiltje afgeschermd. Vanaf begin april tot aan
augustus broedt de fitis. Vaak worden er twee broedsels per jaar gelegd.
Meestal bestaat het broedsel uit 5/7 eieren. De eieren worden in 14
dagen uitgebroed waarna de ouders de jongen nog voor twee weken
verzorgen.
Voedsel
Insecten en bessen
Trekgedrag
Waneer je de fitis weer hoort is het duidelijk dat het voorjaar weer
begint. In maart komen ze weer terug van het zuiden. In Afrika rond de
Sahara overwinteren de meeste fitissen. De fitis vertrekt weer in
oktober
|
|