Overal bloemen.
We lopen er dagelijks
voorbij. Het witte madeliefje in het gras, de rode klaproos in de
berm. Elke dag verandert er weer wat. Gisteren stond hij nog vier
rechtop maar na die bui vannacht hangt hij zielig over. Morgen staat
hij weer rechtop om al zijn aantrekkingskracht te gebruiken om de
insecten te trekken. Meestal zien we het niet, maar als je
even uit het dagelijkse ritme stapt en nieuwsgierig gaat kijken,
merk je de kleine wereld op die gevoed worden door deze bloemen en
planten. Een wereld die in de lente en zomermaanden steeds
veranderd.
Beschermen.
De lijst van
beschermde inheemse bloemensoorten telt 102 soorten. Echter het aantal
planten in het algemeen op de rode lijst is veel groter. Maar daar wordt
door verschillende organisaties wat aan g edaan. In de Wieden wordt
bijvoorbeeld graslanden nat gehouden om de veenpluis terug te laten
komen. Dat is met succes gelukt. Veel planten zorgen voor een eigen kleine wereld waar
insecten en vlinders afhankelijk van zijn. Bepaalde vlinders komen
alleen maar op een soort bloem af. Je kunt je natuurlijk voorstellen dat
als het slecht met deze plantensoort gaat het ook niet best gaat met
deze vlindersoort. Een soort is het gentiaanblauwtje die op de
klokjesgentiaan af gaat om de eitjes op te leggen. Maar niet alleen
drukte in Nederland zorgt voor veranderingen.
|
|
Klimaatverandering.
De
laatste jaren lijkt het wel dat de zomer maar niet verdrijven wil worden
door de winter. Het blijft langer warm en temperatuur
is belangrijk voor veel bloemen en planten. Het lijkt af en toe wel of
de natuur in de war is. Paardenbloemen die nog in november bloeien. Bomen
die de bladeren veel later verliezen. Doordat het langer warm blijft en
in de zomer warmer wordt hebben bepaalde soorten bloemen en planten het
meer naar hun zin. Meer planten uit zuidelijke gebieden komen steeds
verder
in het noorden voor. Veel bloemen die vroeg in het jaar bloeien
komen nog vroeger tot bloei. De getallen van 2001-2002 geven aan dat
sommige bloemen wel 20 dagen
eerder bloeien dan de gemiddelden die gemeten zijn tussen 1940-1968. De
koekoeksbloem, fluitenkruid, witte dovenetel en de dotterbloem zijn
enkele voorbeelden. Hierdoor hebben insecten en vlinders weer vroeger
voedsel en komen die ook weer eerder tevoorschijn.
Samenwerking tussen bloemen en dieren.
Bloemen en insecten hebben een bijzonder
''samenwerkingscontract''. Vlinders, bijen, wespen en andere soorten
insecten profiteren van de nectar van de bloemen. Bloemen lokken
insecten
door
geur en kleur. Soms hebben insecten en vlinders een nauwe samenwerking.
Het oranjetipje lee ft in de periode dat de pinksterbloem bloeit. Is de
pinksterbloem uitgeboeid dan zie je het oranjetipje ook niet meer. Bloem
en insect zijn afhankelijk van elkaar. De insect verspreidt stuifmeel en
zo bevorderd het de voortplanting van bloemen. Zijn er geen bloemen, dan
verdwijnen veel insecten. Zijn er geen insecten dan zullen veel
vogelsoorten weg blijven.
|
|