Home Flora Fauna Nieuw Links Contact Shop
Geelgors  (Emberiza citrinella)


© M. ten Wolde


 

Kenmerken
De Geelgors is iets groter en heeft een langere staart dan de mus. De kop en de
borst bij het mannetje zijn felgeel. Verder heeft het mannetje zwartgroenige strepen
op zijn kop en een bruine tekening op de zijkanten. Hij heeft een bruine rug met
donkere strepen. Het vrouwtje is wat onopvallender, geelgroen met donkere tekeningen.

Broedgedrag
Hij komt bijna overal in Europa voor. Vaak te vinden langs de rand van het bos, in
jonge bomen of vlak boven de grond in de struiken. Hier bouwt hij ook zijn nest,
die hij goed verstopt. Ze broeden van april tot augustus en soms broeden ze wel 2
of 3 keer in een jaar. Ze leggen dan ongeveer 3 tot 5 witte eieren met onrustige,
grijsviolette patronen. Meestal broedt het vrouwtje alleen gedurende 12 tot 14 dagen.
Het mannetje helpt wel bij het voeren van de jongen. Dit doen de vader en moeder
samen ongeveer 12 tot 14 dagen. Dan verlaten de jongen het nest.

Voedsel
De Geelgors eet vooral insecten, zaden, knoppen en andere delen van planten.

Trekgedrag
De geelgors is in Nederland een standvogel.
 


Vogels


Vlinders


Zoogdieren


Reptielen


Amfibieën


Bomen

Bloemen

Insecten

Libellen

Paddenstoelen


Overige

© 2006-2007       onderwijs.2metdenatuur.nl      martin.2metdenatuur.nl      erwin.2metdenatuur.nl