|
Kenmerken
De Geelgors is iets groter en heeft een langere staart dan de mus.
De kop en de
borst bij het mannetje zijn felgeel. Verder heeft het
mannetje zwartgroenige strepen
op zijn kop en een bruine tekening op
de zijkanten. Hij heeft een bruine rug met
donkere strepen. Het
vrouwtje is wat onopvallender, geelgroen met donkere tekeningen.
Broedgedrag
Hij komt bijna overal in Europa voor. Vaak te
vinden langs de rand van het bos, in
jonge bomen of vlak boven de
grond in de struiken. Hier bouwt hij ook zijn nest,
die hij goed verstopt. Ze broeden van april tot augustus en soms broeden
ze wel 2
of 3 keer in een jaar. Ze leggen dan ongeveer 3 tot 5 witte
eieren met onrustige,
grijsviolette patronen. Meestal broedt
het vrouwtje alleen gedurende 12 tot 14 dagen.
Het mannetje helpt wel bij
het voeren van de jongen. Dit doen de vader en moeder
samen
ongeveer 12 tot 14 dagen. Dan verlaten de jongen het nest.
Voedsel
De Geelgors eet vooral
insecten, zaden, knoppen en andere delen van planten.
Trekgedrag
De geelgors is in Nederland een standvogel. |