|
|
Gekraagde Roodstaart
(Phoenicurus phoenicurus)

© E. Bruulsema
|
Kenmerken
De Gekraagde Roodstaart is bijna zo groot al een mus, met langere
poten en een opvallend rechte zithouding. Hij trilt met zijn staart
en maakt voortdurend knikkende bewegingen. Het mannetje heeft een
wit voorhoofd, borst en zijkanten zijn roestrood, de buik is
lichter, grijze bovenkant en lans de vleugels erg donker. Het
vrouwtje is grijsbruin, met een klein beetje roestrood in de staart
(zie foto). Hij komt voor in heel Europa.
Broedgedrag
Hij broedt in niet te dichte loof- en
gemengde bossen, met voorkeur aan de rand. Soms ook in parken en
tuinen en zelfs midden in de stad te vinden. Het nest wordt door
het vrouwtje gebouwd in spleten of holen van bomen, ook in
rotsspleten of nissen. Bij gebrek aan een natuurlijk hol worden
ook wel nestkastjes en brievenbussen gebruikt. Ze leggen 1 of 2
keer per jaar 5 tot 7 groenblauwe eieren. Meestal worden deze
door het vrouwtje in 13 of 14 dagen uitgebroed. De jongen worden
daarna door beide ouders nog 12 tot 15 dagen verzorgd in het
nest.
Voedsel
Ze eten vooral insecten.
Trekgedrag
Ze trekken in de winter weg naar warmere gebieden. |
|