|
|
|
Gewone Oeverlibel (Orthetrum cancellatum)

© E. Bruulsema (oeverlibel vrouw)
|
Kenmerken
De Gewone Oeverlibel is een vrij grote libel en hierdoor goed van andere
libellen te onderscheiden. Het mannetje heeft een bruin borststuk en een
blauw achterlijf. Jonge mannetjes lijken qua kleuren meer op de
vrouwtjes, die geel met zwart gekleurd zijn. Ze worden 45 tot 50 mm
groot met een spanwijdte van 70 tot 80 mm. Voorkomen
Ze komen voor van juni tot half augustus vooral bij stilstaande
wateren en zwakstromende wateren. Dit kan ondermeer zijn bij
laagveengebieden, plassen en sloten. In Nederland en België is het een
algemene soort.
Voortplanting
De voortplanting begint in de lucht, het paringswiel eindigt zittend
op een kaal stukje grond, en dat duurt een kwartiertje. Het vrouwtje zet
de eieren af door met haar achterlijf op de waterspiegel te slaan,
terwijl mannetje haar rondvliegend bewaakt. De kleverige eieren worden
los op het water afgezet, vaak in de buurt van algen of waterplanten,
soms ook op vochtig zand. De eieren komen na een week of zes uit. De
larven leven op de
bodem van het water in de modder en tussen
plantenresten. Meestal in ondiep, snel opwarmend water. De levenscyclus
duurt twee tot drie jaar, een groot deel daarvan vindt plaats in het
water.
Weetjes
Volwassen mannetjes vliegen snel en laag boven het water, maar
meestal vlakbij de oever.
Zonligging bepaalt zitplaats- en territoriumkeuze. Geslachtsrijpe
vrouwtjes komen pas naar de oever voor paring en ei-afzet.
(oeverlibel man) |
|