|
|
Gewone pad
(Bufo Bufo)

© M. ten Wolde

© E. Bruulsema
|
Kenmerken
Het vrouwtje kan tot 15 cm groot
worden terwijl het mannetje maar 8 cm groot kan
worden. Dit is een
groot verschil. Het mannetje heeft
kwaakblazen. De pad op de bovenste foto is een vrouwtje.
Voortplanting
Elk jaar in maart begint de
paddentrek. Wel is dit erg afhankelijk van het weer en de
temperatuur op dat moment. Als het koud is blijven de padden wat
langer in hun
winterverblijf. Wanneer het echter wat warmer en
vochtiger wordt, met temperaturen 's
nachts boven de 7 graden
Celsius, gaan de padden massaal op pad. De vrouwtjes
hebben de
eitjes ‘al klaar liggen’ en de mannetjes staan te popelen om ze te
bevruchten. Het leggen van de eitjes en
de bevruchting gebeurt in het water. Want
net zoals bij kikkers
ontwikkelen padden zich van donderkopje tot volwassen pad en
zijn ze in dit stadium van hun leven afhankelijk van water. Als
ze volgroeid zijn, verlaten
ze hun geboortegrond en trekken ze
naar drogere oorden en kunnen we ze
tegenkomen in de bossen,
akkers, heide en onze tuinen.
Maar als het weer tijd is om
eitjes te leggen – na de winterslaap-, trekken de padden massaal terug naar de poel,
vijver of sloot waar ze geboren zijn. De weg die ze
moeten afleggen is echter niet zonder gevaren. Soms moeten ze
hiervoor diverse wegen oversteken. Als amfibieën hun
winterslaap
gedaan hebben denken ze nog maar aan één ding en dat is paren. Tegen
het duister worden komen de dieren uit hun schuilplaats en gaan op
weg naar het water.
Dit is puur instinctief. Hierbij moeten ze, als
ze pech hebben en drukke weg oversteken. Gelukkig zijn er
vrijwilligers die zich om deze dieren bekommeren en ze een handje te
helpen bij het oversteken. Om de amfibieën een redelijke
kans te geven om levend het voortplantingsgebied te bereiken,
worden er diverse maatregelen genomen. Hierbij kun
je denken aan
verkeersborden die automobilisten waarschuwen voor de
paddentrek.
Maar wat veel beter werkt is het plaatsen van
schermen langs de weg. Langs de
schermen worden dan emmers in de
grond geplaatst, zodat de padden hierin vallen
als ze een uitweg
zoeken langs de schermen. Vrijwilligers brengen vervolgens de
padden uit de emmers naar de overkant van de weg of naar de
poel.
Voedsel
Het voedsel bestaat uit wormen, insecten, spinnen en
slakken. Ze overwinteren in
zelf gegraven aardholen onder wortels en
stenen.
Voorkomen
De gewone pad komt in heel Nederland en België voor.
|
|