|
Kenmerken
De Groenling is iets groter dan de mus. Het mannetje is opvallend
groenig gekleurd. De staart is aan de randen heldergeel. Als hij zit
kun je ook goed een gele rand zien op de vleugels. De Groenling komt in heel
Europa voor. Hij broedt niet in te dichte bossen, vaak aan de rand
van het bos, maar leeft ook in parken en
tuinen. Je kunt ze ook regelmatig op je voedertafel vinden.
Broedgedrag
De Groenling maakt een groot
en stevig gevlochten nest in bomen, struiken en klimplanten. Dit
niet op grote hoogte. Ze leggen hun eieren van april tot augustus.
En ze broeden soms 2 of 3 keer per jaar. De eieren (4 tot 6) bij zachtbruin met zwarte spikkels. De eieren worden door het vrouwtje in 12 tot 15 dagen
uitgebroed. Het mannetje en het vrouwtje verzorgen samen de
jongen. Dit doen ze nog ongeveer 14 tot 17 dagen.
Voedsel
De groenling eet in het
broedseizoen vooral insecten (o.a. bladluizen) en verder bessen,
knoppen en zaden.
Trekgedrag
De Groenling is in Nederland een standvogel die ook bij de
voedertafel te vinden is. |