|
Kenmerken
De Huismus is een standvogel. Hij
heeft een grijze kruin en stuit en de buik en wangen zijn wittig.
Hij is te onderscheiden van de ringmus door het ontbreken van de
zwarte vlek op de wang, de bruine kruin en de witte halsring. Hij
komt veel in de buurt van mensen voor. In de winter zie je ze ook
wel samen met ringmussen, vinken en gorzen.
Broedgedrag
De Huismus komt in geheel Europa
voor. Hij maakt zijn nest van halmen die met veren worden bekleed.
Het nest is vaak bijzonder groot. Hij maakt zijn nest onder
dakpannen, in spleten van muren, aan muren met klimplanten, maar ook
wel als kogelvormig nest in bomen. Huismussen nemen ook wel hun
intrek in nestkastjes, maar veel minder dan de ringmus. In de herfst
begint de Huismus al met het bouwen van zijn nest. In april tot
augustus legt hij zijn eieren. Vaak 1 tot 3 legsels in een jaar. Dit
zijn meestal 4 tot 6 eieren per legsel. De mannetjes en vrouwtjes
broeden samen 11 tot 13 dagen en voeren de jongen nog 13 tot 16
dagen in het nest.
Voedsel
Het voedsel van de huismus
bestaat uit zaden, loten en vruchten, in de zomer ook wel insecten
en insectenlarven.
Trekgedrag
Huismussen zijn de ultieme standvogels.
De Rode Lijst
De Huismus en de Ringmus staan op
de rode lijst. Waarom?
De rode lijst is samengesteld door het ministerie aan de hand van
strenge criteria.De twee belangrijkste criteria zijn de
zeldzaamheid en de trend. Hierbij wordt gekeken naar het aantal
broedparen en het aantal atlasblokken (gebieden van 5 bij 5
kilometer) waar hij voorkomt. Voor de trend is het jaar 1960 het
uitgangspunt. De zeldzaamheid en de trend kennen een ondergrens. Als
een soort minder dan 125 broedparen telt of in niet meer dan één
procent van de atlasblokken voorkomt dan komt hij op de rode lijst.
De huismus- en ringmuspopulatie is in de afgelopen decennia meer dan
gehalveerd, ze zijn nog steeds met veel, maar het is wel reden
genoeg om deze vogel op te nemen op de rode lijst. |