|
Kenmerken
De Indische
gans is van oorsprong een bewoner van de Mongoolse en Chinese
hoogvlakten. Tijdens de barre winters daar trekken de vogels weg naar
onder andere India, waaraan de gans haar naam dankt. In Nederland
broedende vogels zijn nazaten van ooit ontsnapte of uitgezette vogels.
Inmiddels weet de Indische gans zich hier wel prima te handhaven.
Indische ganzen zijn gemakkelijk te herkennen. In vlucht en op de grond
zijn ze erg licht en lijken op afstand gezien wel bijna wit te zijn. Van
dichtbij vallen de dwarsstrepen op het achterhoofd op.
Broedgedrag
Inmiddels leven er in
ons land 70 tot 100 broedparen die zich in het wild kunnen handhaven. De
toename verloopt volgens de Vogelbescherming snel: met ongeveer 10
procent per jaar.
Voedsel
Het voedsel van deze gans bestaat onder andere uit gras, oogstresten
e.d.
Trekgedrag
Het is een standvogel. |