|
Kenmerken
De Kleine Canadese Gans lijkt erg op de Grote
Canadese Gans. De naam zegt het al; de Grote Canadese Gans is groter
als de Kleine Canadese Gans. In Nederland komt de Kleine Canadese Gans
eigenlijk niet voor. Wel kunt u in het wild de zekere escapes
aantreffen, oftewel ontsnapte tamme ganzen. Ze hebben een zwarte hals en
kop. Op de kop hebben ze aan weerszijden een witte vlek. Het lichaam is
overwegend bruin van kleur. Hij heeft zwarte poten en een zwarte snavel.
Natte gebieden, zoals veenplassen, maar ook grindputten en
retentiebekkens, vormen een uitstekend leefgebied voor de Kleine en
Grote Canadese Gans
Broedgedrag
Ze broeden in een kuiltje in de grond. Het kuiltje is gevoerd met
dons. Het nest maken ze vaak op een eilandje en soms in kolonie. Per
legsel worden er 5 of 6 eieren gelegd. Ze broeden één keer in het
jaar.
Voedsel
De Canadese gans is een
planteneter, met zijn lange hals gespecialiseerd in het eten van
voor andere grondelaars onbereikbare onderwaterplanten. Maar ook
mals gras, sappige kruiden en jonge blaadjes van struiken worden wel
gegeten.
Trekgedrag
De Canadese Gans is een Standvogel in ons land. |