Home Flora Fauna Nieuw Links Contact Shop
Kleine watersalamander  (Lissotriton vulgaris)


© M. ten Wolde


© M. ten Wolde
 

Kenmerken
Het mannetje is tot 11 cm groot, het vrouwtje tot 9,5 cm. Ze hebben een geelbruine
rug en oranje keel en buik met zwarte vlekjes. Het mannetje heeft in de paartijd een
gegolfde kam.

Voortplanting

Rond februari komen de salamanders massaal uit hun winterslaap en zoeken direct
 het water op voor de voortplanting. Voordat er gepaard wordt, voert het mannetje
eerst een soort paringsritueel uit door met zijn staart te wapperen naar het vrouwtje.
Vaak zijn er rond een vrouwtje meerdere mannetjes bezig haar te verleiden. De eitjes
worden één voor een bevestigd aan de blaadjes van waterplanten met kleine blaadjes,
zoals waterpest, die om het ei worden gevouwen ter bescherming.  Omdat het ei
een beetje kleeft blijft het goed vastplakken. Een van de belangrijkste vijanden van
de eitjes zijn de zeer actieve mannetjes, die wel wat extra energie kunnen gebruiken
en er regelmatig eentje opeten. De mannetjes zijn in de paartijd alleen maar bezig
met het verleiden van een vrouwtje, vaak met meerdere mannetjes tegelijk,  Als het
vrouwtje geïnteresseerd is zet het mannetje zijn spermapakketje af, dat door het
vrouwtje in de cloaca wordt opgenomen. Ze zet vervolgens de 200 tot 300 eitjes af
in waterplanten. Als de eitjes uitkomen zijn de larven zo'n 6 tot 8 millimeter lang, ze
groeien door naar ongeveer 40 mm waarna de metamorfose plaatsvindt en de larve
uiterlijk sterk veranderd. De larven hebben kieuwen, die duidelijk te zien zijn
als twee roodoranje veerstructuren aan de zijkanten van de kop. Ook hebben ze
allemaal een staartzoom en een rugkam die eveneens verdwijnen als de metamorfose plaatsvindt. De larven van de kleine watersalamander heeft in vergelijking met andere
in Europa voorkomende soorten relatief grote kieuwen en vrij kleine pootjes. De
voorpootjes zijn in tegenstelling tot kikkerlarven al direct ontwikkeld. De
achterpootjes ontwikkelen zich pas later maar zullen uiteindelijk breder worden dan
de voorpoten, net als bij kikkers en padden. De ontwikkelingsduur van de larven hangt
sterk af van de temperatuur, eitjes die in tijdelijke wateren zijn afgezet, zoals ondiepe
plasjes, zullen sneller opwarmen waardoor de larve zich soms al na 6 tot 8 weken
volledig ontwikkelt. Er zijn ook minder gunstige omstandigheden, waarbij de larve
overwintert en pas het volgende voorjaar metamorfoseert. Daarna duurt het nog 2 tot
3 jaar voor de salamander volwassen is en zich kan voortplanten.

Voedsel
De kleine watersalamander leeft als larve vooral van kleine kreeftachtige, zoals
watervlooien, eenoogjes, muggenlarven van dansmuggen, en kieuwstaartkreeftjes

Voorkomen

De kleine watersalamander stelt weinig eisen aan zijn biotoop en kan in alle met onderwatervegetatie begroeide kleine watertjes die regelmatig in de zon staan
gevonden worden, zoals sloten, vennetjes, moerassen en zelfs in gebieden met
hoogveen. Ook in grotere wateren komt de salamander voor, zoals de oeverzones
van meren en vijvers en de bochten van rivieren, soms in brakwater. De voorkeur
gaat uit naar heldere, niet té dichtgegroeide wateren met stilstaand water en niet
al te diep, want hier leven roofvissen en grote waterinsecten of de larven die dol
zijn op salamanders.


Vogels


Vlinders


Zoogdieren


Reptielen


Amfibieën


Bomen

Bloemen

Insecten

Libellen

Paddenstoelen


Ongewervelde

       
             

© 2006-2007       onderwijs.2metdenatuur.nl      martin.2metdenatuur.nl      erwin.2metdenatuur.nl