|
Kenmerken
Knobbelzwanen zijn de grootste watervogels in Nederland. Met een
spanwijdte
van 230 cm en een lengte van bijna 150 cm vallen ze zeker op
in het landschap.
Oudere exemplaren hebben een knobbel boven hun snavel.
De jonge zwanen krijgen
deze wat later. De enige soorten waar de
knobbelzwaan op afstand mee te verwarren
is zijn de wilde en de kleine
zwaan. Beide hebben ze een geel-zwarte snavel en dus
geen oranje snavel.
De knobbelzwaan lijkt iets sierlijker. Knobbelzwanen maken
zelden
geluid. Wanneer ze geluid maken klinkt kun je het nog het best
vergelijken
met een trompetgeluid. Jonge dieren maken vaker geluid. In
vlucht hoor je het
karakteristieke "zingende'' van de lucht om de
vleugels. Wanneer ze gaan sissen
kun je maar beter weg gaan.
Broedgedrag
De knobbelzwaan
heeft een territorium. Met name in e broedperiode wordt deze streng
verdedigd tegen indringers. Zowel andere waterdieren als mensen hebben
ze liever niet
in de buurt en dat laten ze duidelijk merken. Het grote
nest wordt gebouwd van takken,
waterplanten en andere bouwmaterialen.
Meestal wordt het nest aan de rand van water
gebouwd. De 5 tot 8 grote
eieren worden voor ongeveer 38 dagen bebroed. Jonge
zwanen kunnen na
zo'n 4 maanden vliegen maar blijven nog een heel jaar bij hun
ouders. Je
kunt ze duidelijk herkennen door de grijze veren. De snavel is nog niet
oranje
maar grijs.
Voedsel
Met de lange hals duiken ze naar waterplanten. Af en toe staan ze met de
staart in de
lucht en de kop onder water naar voedsel te zoeken. aak
grazen ze ook op weilanden.
Met namen in de winter kun je hele groepen
grazende zwanen zien. Af en toe kunnen
daar ook wilde of kleine zwanen
tussen zitten die hier in de winter overtrekken of
overwinteren.
Trekgedrag
De knobbelzwaan is een trekvogel. Vooral in de late herfst en
winterperiode is de
knobbelzwaan een veel waar genomen vogel. De
meeste vogels die hier broeden
zijn verwilderde soorten.
Knobbelzwanen worden wel geringd met een pootring, maar
soms ook met
een halsring, zodat die beter af te lezen is. |