|
|
Aalscholver
(Phalacrocorax carbo)

© M. ten Wolde

© M. ten Wolde |
Kenmerken
Een van de kleine soorten en meest algemene soorten van onze meeuwen is
de kokmeeuw. De kokmeeuw is bijna overal te zien. Op landerijen, in de
stad, dorpen, vuilstorten en natuurlijk langs de kust. De kokmeeuw is in
de winter wat moeilijker te herkennen dan in de zomer. In de zomer
vallen volwassen vogels op door de bruine kop, rode poten en snavel. Net
als de zilvermeeuw hebben ze de bovenzijde van de vleugels grijs. In de
winterperiode verliezen ze de bruine veren op de kop en krijgen daar
witte voor in de plaats.
Broedgedrag
De kokmeeuw broedt meestal in koloniën van tientallen tot honderden
vogels. Meestal broeden ze langs meren en moerassen maar ook in
duinen en kwelders. De grote nesten worden vaak met luid geschreeuw
bewaakt. Vanaf april t/m mei worden drie eieren gelegd. Beide ouders
broeden op het nest totdat zo'n 20-25 dagen later de jongen uit de
eieren kruipen. Wanneer de jongen na zo'n vier weken kunnen vliegen
blijft het nest eerst nog een belangrijke uitvalbasis. Na een week
verlaten ze dan echt het nest.
Voedsel
Je kunt bijna zeggen dat kokmeeuwen alleseters zijn. Wormen,
insecten, kleine vissen, afval en zelfs mieren behoren tot hun voedsel.
Vaak zie je ze in grote zwermen achter een tractor vliegen om wormen en
andere dieren te pakken.
Trekgedrag
In de winter komen meeuwen van noordelijk gelegen streken naar
Nederland terwijl onze broedvogels verder afdwalen naar het zuiden of
meer naar de kust trekken. |
|