|
Kenmerken
Wie kent niet de Koolmees met
zijn vrolijke gele kleuren en zijn zwarte kop
met witte
wangen. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben een zwarte
stropdas, alleen die van mannetjes is breder en langer. In ons land
broeden
bijna een half miljoen paar koolmezen. Het is dan ook een
van de meest
algemene vogels van ons land.
Broedgedrag
Aan de zang van het mannetje kan het vrouwtje horen of hij nog
'vrij' is en
of het een sterk mannetje is. Vooral een man met een brede stropdas
vindt
ze echt een 'stuk'. Maar ja, kan zo'n stoere vent wel snel rupsen
verzamelen,
wanneer er eenmaal jongen zijn? Om dat te controleren gaat ze met
haar
vleugels trillen en doet haar bekje open.
Op die manier vraagt ze haar
mogelijke
echtgenoot een rups te zoeken. Komt hij snel met een rups terug,
dan wordt het huwelijk
gesloten. Zo niet, dan dumpt zij hem. Als ze voor
hem
kiest, is het
mannetje erg zorgzaam. Het vrouwtje krijgt dagelijks van haar man
extra voer. Dat heeft ze hard nodig
om zo'n tien eieren te kunnen
leggen. Die
wegen zwaarder dan het vrouwtje zelf.
In het voorjaar verandert de Koolmees van een zaadeter in een
insecteneter.
Hij eet dan malse rupsen en die zijn
gemakkelijker te
verteren dan
bijvoorbeeld beukennootjes. De Koolmees heeft daarom
vanaf het voorjaar
geen
grote maag meer nodig. Dat komt mooi uit want in zo'n klein lichaam
past niet én een grote maag én de
geslachtsorganen. Met de lentekriebels
in hun lijf worden
de
voortplantingsorganen, zoals de eierstokken, met de
dag groter.
Dankzij de kleiner geworden maag past alles toch
nog wonderwel
in
zo'n klein lijfje. In de loop van maart veroveren de mannetjes een
woongebied.
Ze zingen dan uit volle borst.
Voor andere
koolmezenmannen betekent dit: 'Hier
woon ik, zoek jij maar een
andere plek.' Voor vrouwtjes
betekent de zang: 'Wie
wil met mij
verkering hebben?'
Eieren
Het vrouwtje kiest een woning uit en maakt het nest. De vrouwtjes
Koolmezen
hebben een strakke gezinsplanning. Het
is de bedoeling dat
de jongen worden
geboren op het moment dat de eikenbladeren uit de
knoppen komen. Deze
malse eikenbladeren worden gegeten door
ontzettend veel rupsen van
nachtvlinders. De periode dat de eik een
goed gedekte tafel is, duurt slechts
een paar weken. Een goed
geplande gezinsuitbreiding is dan ook een kwestie
van leven of dood.
Voedsel
In de zomer zijn het echte insecteneters. In de winter schakelen ze
over op
zaden.
Trekgedrag
De meeste Koolmezen wonen hun hele leven op dezelfde plek. In de
winter
zwerven ze in kleine groepjes door hun woongebied, op zoek
naar zaden. In
bosgebieden leven ze vooral van beukennootjes. In
onze tuinen eten ze graag
pinda's en zonnebloempitten. |