|
Kenmerken
De Kraanvogel (Grus grus) is een
grote vogel die je niet zo vaak tegenkomt in Nederland. Hij heeft
erg lange poten en hals. In de lente en zomer verzamelen ze zich om
dansend te baltsen. De Kraanvogel broedt in afgelegen rietmoerassen
of moerassen in bossen (Fochteloërveen). De Kraanvogel heeft een rode
kruin en wit op het achterhoofd en in de nek. Hij heeft een dikke,
lichte onderhals en borst en donkere poten. Het lijf is grijs met
vaak roestbruin op de rug. In vlucht hebben ze hun nek uitgestoken
en hun poten ook. (als de Ooievaar).
Broedgedrag
Het nest maakt hij van een grote,
ronde berg takken en bladeren op de grond. Ze leggen daarin 2 eieren
en ze leggen maar 1 keer per jaar eieren in mei tot juli.
Voedsel
Het
voedsel bestaat uit wortels, zaden, graankorrels en larven van
insecten. Ook eten ze wel woelmuizen, kikkers, jonge vogels en 's
winters eikels.
Trekgedrag.
In Nederland komen de Kraanvogels vooral voor als doortrekker.
Tegenwoordig broeden ze ook in Nederland o.a. in het
Fochteloërveen. |