|
Kenmerken
Bij de lentegeneratie
is de bovenkant van de vleugels oranjebruin met een zwart vlekkenpatroon.
De zomergeneratie is zwart,
met van buiten af een oranjerode, gevlekte en een witte band. De
onderkant van de vleugels lijkt op een landkaart, vandaar ook de naam.
Voorkomen
Deze vlinders komen algemeen voor langs bosranden,
kapvlakten, heggen en houtwallen. Hij komt vrijwel overal algemeen voor.
Je kunt ze aantreffen van eind mei tot half september. Rups
De rupsen worden tot 22 mm lang. Hij lijkt erg op de rups van de
dagpauwoog. Een verschil is dat deze rupsen ook op de kop zwarte doornen
hebben. Daarnaast hebben ze aan de zijkanten een paar lichtbruine
vlekken.
Waardplanten
De waardeplant van deze vlindersoort is de Grote
brandnetel (Urtica dioica) op halfschaduw plekken langs beken of bosranden.
Weetjes
Het landkaartje vliegt in twee generaties. Dit zijn de lente- of
voorjaarsgeneratie en de zomergeneratie. Erg bijzonder is het verschil
in kleurstelling tussen de twee generaties. Deze vlinders overwinteren
als poppen. Het is wel bijzonder dat er uit de rupsen, die voortkomen
uit de voorjaarsgeneratie, donkere vlinders van de zomergeneratie komen
en andersom.
|