|
Kenmerken
De meerkoet is een zwarte, vrij plompe vogels met groene poten en een
witte snavel. Boven de snavel heeft hij een witte vlek. De ogen zijn
rood. De meerkoet is een goede zwemmer die vrij schuw over komt. Dit
omdat er vroeger vrij veel op gejaagd werd. Vaak zie je meerdere bij
elkaar zwemmen. Vooral in het najaar kom je meestal grotere groepen
tegen.
Broedgedrag
Meerkoeten bouwen vaak drijvende nesten. Het stevige nest wordt gemaakt
van drijvende planten en plantenresten. Erg veel moeite om het op een
beschutte plek te plaatsen doen ze niet. De eerste nesten zijn al in
maart te vinden, meestal wordt het pas in april-mei. De 5-10 eieren
worden worden door beide ouders uitgebroed. De jongen kunnen al na een
paar dagen zwemmen en dan is het nest niet meer nodig. Pas na ongeveer 8
weken kunnen de jonge meerkoeten vliegen.
Voedsel
Waterplanten,
kleine waterdiertjes, insecten. In de winter grazen de meerkoeten in bermen
en
slootkanten.
Trekgedrag
De meerkoet is een standvogel. Hij blijft in het land tijdens de
winter maar vormen vaak grotere groepen. Ook te vinden in Nederland
als wintergast vanuit het noorden van Europa. |