|
Kenmerken
Deze typische
muurbewonende hagedis wordt tot 22 centimeter lang. De
meest voorkomende ondersoorten van de muurhagedis zijn
bruin, en hebben diverse rijen vlekjes op de rug en in
de zijkanten. Er zijn tien verschillende
ondersoorten die allemaal een ander kleurpatroon hebben.
Voortplanting
In de paartijd
krijgen de mannelijke exemplaren een rij blauwe vlekjes
onderaan de zijkanten. De vrouwtjes leggen gedurende het
voorjaar en de zomer ongeveer 3 legsels van ieder 6 eieren. De
eieren worden onder of achter de muur in de aarde afgezet. De jonge
muurhagedissen komen na ongeveer 2 a 3 maanden uit en hebben dan een
lengte van ongeveer 3 cm.
Voedsel
Muurhagedissen
eten allerlei insecten en andere geleedpotigen die rond
de schuilplaats worden gevangen. Vooral sprinkhanen,
vliegen en insectenlarven, maar ook wel spinnen, kevers,
vlinders en regenwormen worden gegeten. Vijanden zijn
voornamelijk slangen en roofvogels, jongere exemplaren
hebben echter ook soortgenoten als vijand.
Voorkomen
In Nederland komen
muurhagedissen vrijwel alleen nog voor op de wallen van
Maastricht. De muurhagedis
leeft vrijwel alleen op muren, bij voorkeur ruïnes, die
vaak nogal dikke, verweerde en begroeide muren hebben,
vol schuilplaatsen en prooien. Met de puntige klauwtjes
kan de hagedis watervlug over de stenen rennen. Meestal
komt deze soort niet in hooggelegen gebieden voor, maar
bij uitzondering leven er rond 1000 meter nog
populaties. |