|
|
Nachtegaal
(Luscinia Megarhynchos)

© E. Bruulsema
|
Kenmerken
De Nachtegaal is een veel beschreven vogel qua zang, maar qua
uiterlijk is hij bij weinig mensen bekend. Dit komt omdat hij
voornamelijk zingt in het struikgewas. De bovenkant van de vogel is
bruin, met een roodbruine staart en stuit. De onderzijde is grijsbeige.
Om het grote zwarte oog hebben ze een witte ring. De zang is krachtig en
melodieus en vooral ook zeer gevarieerd.
Broedgedrag
Hij broedt o.a. in de duinen in dicht struikgewas, in loofbossen
en parken waar veel ondergroei te vinden is. Hij maakt graag zijn nest
tussen brandnetels. Het nest is een kommetje van bladeren wat gevoerd
wordt met gras en haren. Ze leggen één keer in het jaar 5 tot 7 eieren
(tussen mei en juni).
Voedsel
Het voedsel van de nachtegaal bestaat uit wormen, kevers en bessen.
Trekgedrag
In Nederland is de Nachtegaal te horen van eind april tot begin
juni. Ze zingen dan ook overdag. De Nachtegaal is in Nederland een
echte zomergast. Ze komen hier voor van april tot september.
Overwinteren doet hij in Afrika. |
|