|
|
Poelslak (Lymnaea stagnalis)

© E. Bruulsema
|
Kenmerken
De grote poelslak leeft alleen in stilstaande wateren, zoals sloten,
vijvers en vennen. Bij gevaar laat de slak zich onmiddellijk naar de
bodem vallen. Ze worden tot 6 cm groot. De grote poelslak behoort tot de
waterlongslakken (Pulmonata). Zoals alle waterlongslakken bezit de grote
poelslak een long. Deze long wordt gebruikt om adem te halen aan de
water oppervlakte. De slak komt dan tegen het wateroppervlak hangen,
maar kan ook op zijn kop tegen het wateroppervlak kruipen, wat een
vreemd gezicht is. Bij het ademen ontstaat een 'gaatje' in de slak; dat
is de ademopening waardoor de inhoud van de longholte wordt ververst met
verse lucht.
Voedsel
Het voedsel bestaat uit rottende plantendelen, algen en aas die van
de bodem geschraapt worden, maar de kleine diertjes die hierin leven,
zoals
wormen en insectenlarven,
worden ook opgegeten. De slak kruipt door de waterplanten op zoek naar
voedsel, en komt niet ver onder het wateroppervlak. |
|