Kenmerken
Deze kleine parelmoervlinder heeft een
geelrode
bovenzijde met als de andere parelmoervlinders. De onderkant van de
vleugel is geel met een band (violette) met donkere ringen. Hier
bevinden zich geen witte of zilverkleurige vlekken. Deze heeft de
Zilveren
Maan wel.
Voorkomen
Hij komt lokaal voor op vochtige ruigten en
beekdalgraslanden in de Ardennen en Eifel. De waardplant is vooral de
moerasspirea. In Nederland komt hij sinds 1963 niet meer voor. Onlangs
is hij weer opgedoken in Zuid-Limburg. Rups
De rups wordt tot 25 mm lang, is witachtig met
bruine en grijze strepen. De rups bevat lichtbruine doornen met witte
punten.
Waardplanten
De waardplanten van deze vlinder zijn moerasspirea (Filipendula ulmaria),
grote pimpernel (Sanguisorba officinalis) en andere planten uit de
rozenfamilie.
Weetjes
Deze vlinders vliegen in één generatie per jaar. Ze drinken vooral
nectar op paarse bloemen, dit zijn bijvoorbeeld distels. Deze vlinder
overwintert als compleet ontwikkeld ei. Pas na de winter verlaat de rups
het ei. |