|
Kenmerken
De Putter is ongeveer zo groot als een mus. Ze komen vooral voor in
kleine groepen en vaak rondom distels. Hij komt voor in geheel
Europa, met uitzondering van het noorden van Scandinavië. Bij ons
overal te vinden. Ze leven in open landschap, tuinen of hagen en
parken met weinig bomen. De putter wordt ookwel de distelvink
genoemd.
Broedgedrag
Ze maken een stevig komvormig
nest dat hoog in de bomen of struiken wordt vastgemaakt. Ze
leggenhun eieren vanaf begin mei. Meestal leggen ze 1 of 2 keer per
jaar eieren. Dit zijn er meestal 4 tot 6. Het vrouwtje broedt
12 tot 14 dagen waarna de jongen nog 14 tot 15 dagen in het nest
verzorgd worden. Daarna worden de jongen nog één week buiten het
nest verzorgd.
Voedsel
De putter eet voornamelijk zaden
en tijdens de broedtijd ook insecten.
Trekgedrag
De putter is in Nederland een standvogel. In de winter is hij
aan te treffen in tuinen en parken waar kadebollen staan. |