|
Kenmerken
De Regenwulp wordt 37 tot 45 cm groot. De snavel is korter als die van
de gewone Wulp. De Regenwulp heeft een 6 tot 9 cm
lange snavel. De spanwijdte was 78 tot 88 cm. Hij is in zijn geheel
kleiner als de gewone Wulp. Hij is tevens herkenbaar aan de Donkere
oogstreep met lichte wenkbrauwstreep en de lichte streep over het midden
van de kop.
Broedgedrag
Ze broeden voornamelijk in hoogvenen van taiga, boven de boomgrens
van bergheiden en in de toendra. Het nest bestaat uit een ondiep
kuiltje in de grond. Deze wordt gevoerd met gras. Ze leggen tussen
april en juli één keer eieren. Dit zijn er meestal vier.
Voedsel
Bij het foerageren zoekt hij met zijn snavel in de modder op zoek
naar wormen, krabben, weekdieren, zeesterren en insecten.
Trekgedrag
Tijdens de trek zijn ze bij ons in Nederland te zien. Dit is het
meest in april en mei en juli en begin september. Ze
overwinteren in Afrika op rotsige kusten. |