Reptielen |
|

Roofvogels
Daar zit hij weer. Een grote bruine vogel
met lichte vlekken op de borst. Met strenge ogen kijk hij rustig om zich
heen en regelmatig werpt hij een blik naar de grond. Zo kan de
buizerd
wel uren op dezelfde plek zitten om daarna een andere paal op te zoeken
aan de rand van de wegberm. Uren wachten op die ene kans om zijn prooi
te kunnen pakken of om zich te goed te doen aan aangereden wild.

Langzame en actieve jagers
In ons land kennen we verschillende roofvogels. Elke roofvogel heeft zo
weer zijn eigen manier van jagen. De buizerd zit meestal op een paal in
het zicht en wacht op die ene kans. De
slechtvalk is een actieve
jager en zoekt zijn kans. Met een snelle achtervolging slaan ze hun
prooi neer. In Nederland kennen we zo'n 10 soorten roofvogels die hier
ook broeden. Deze roofvogels zijn weer te verdelen in verschillende
groepen. Namelijk de "actieve" jagers en de "langzame" jagers.
Voorbeelden van actieve jagers zijn de
havik de
sperwer en de
slechtvalk
die prooidieren achtervolgen. De langzame jagers zijn vooral de zwevende
en paalzittende roofvogels zoals de
kiekendief
die zwevend over
rietvelden en weilanden op zoek zijn naar prooien, de
buizerd die vooral
aan paalzitten doet en de
torenvalk. De laatste lijkt op een actieve
jager omdat deze na het bidden met een grote snelheid op de prooi af
gaat.
Gasten
We kennen niet alleen broedvogels maar regelmatig wordt ons land bezocht
door winter en zomergasten zoals de
visarend. Deze wordt regelmatig
gezien rond de Oostvaardersplassen,
Wieden, de IJssel en nog op veel
meer plaatsen. De
ruigpootbuizerd is ook een soort dat Nederland
bezoekt. Deze lijkt veel op de gewone buizerd maar is iets lichter,
groter en heeft een "broek" aan. Tenminste dat lijkt zo. Een hele grote
wintergast die sinds kort ook in Nederland broedt is de
zeearend.
Roofvogels in de winter
Net als bij alle vogels zijn er roofvogels die in de winter in
Nederland blijven, deze worden standvogels genoemd en er zijn roofvogels
die weg trekken, deze noemen we ook wel trekvogels. Roofvogels die van
gebied veranderen zoals de havik en de Sperwer noemen we zwerfvogels.
Zij verlaten in de winter het bos om te jagen boven de velden met aan de
randen beschutting als dekking.
De torenvalk, de wespendief en de
boomvalk trekken meestal in de winter
weg. De wespendief doet dat met een heel eenvoudige reden. Ze jagen op
insecten en die zijn er in de winter bijna niet te vinden. De Buizerd is
een roofvogel die ook in de winter veel wordt gezien. Misschien wel meer
dan in de zomer. Dat komt omdat de Nederlandse vogels in de warme
winters van tegenwoordig niet echt meer trekken. Uit het noorden van
Europa komen de wintergasten die de Nederlandse
buizerd bevolking nog
eens aan vult.
Broedende roofvogels
Misschien heb je wel eens een heel groot nest gezien tussen de
vertakking van de stam van een grote boom. Een grote kans dat dat het
nest of horst van een Buizerd of
havik is. Bijna elke roofvo gel
heeft wel weer een andere manier om zijn nest te bouwen. De
buizerd
keert elk jaar weer terug op zijn horst en bouwt hem weer op met als
gevolg dat het nest elk jaar weer een beetje groter wordt. De Torenvalk
broedt meestal in oude kraaiennesten maar soms ook in speciaal
opgehangen nestkasten. En de rest dan?
-Boomvalk, net als de
torenvalk, maar
vooral in het bos
-Wespendief, net als de Buizerd, maar dan later i.v.m. voedsel.
-Sperwer, nestelt laag tegen de stam van een lariks of spar aan de rand van het
bos.
-Bruine Kiekendief, nestelt op de grond tussen het riet in moerassen
-Blauwe Kiekendief, net als de
bruine, maar ook tussen duindoorns (bijv. op
Ameland).
Een paar kenmerken
Veel mensen denken meteen aan een buizerd wanneer een vogel op een
paaltje zit, of in de boom zit of misschien langs vliegt. Vaak is dat
ook zo maar lang niet altijd. Hoe kan iemand ze dan toch herkennen. Vaak
zijn ze in de lucht het makkelijkst te herkennen. Hier komen een paar
geheugensteuntjes.
1. Valken hebben puntige vleugels, een in verhouding lange smalle staart en
kunnen bidden (stilhangen in de lucht).
2. Havik en Sperwer hebben korte afgeronde vleugels en een lange staart. Een
havik is weer groter dan een sperwer.
3. Kiekendief heeft lange vleugels en een lange staart en vliegt vaak
laag over weidevelden en rietvelden.
4. Buizerd en Wespendief hebben brede gevingerde vleugels en een afgeronde
staart.
|
|
|