|
|
Rugstreeppad (Bufa calamita)

© Arie Prins (hand van E. Bruulsema)
(op schoolkamp in het Dwingelderveld met
groep 8)
|
Kenmerken
De rugstreeppad is een kleine pad die tot ongeveer 8 cm lang kan worden. Dit in tegenstelling tot de bruine pad die wel 15 cm
lang kan worden. De rugstreeppad heeft een wrattige huid met olijfbruine vlekken op de rug. De wratten zijn roodachtig gestippeld.
De naam rugstreeppad zegt het eigenlijk al; op zijn rug heeft hij een gele streep lopen. Deze padden hebben bijzonder korte poten.
Op de buik is hij witgrijs tot donkergrijs gevlekt.
Voortplanting
Vanaf april tot juli worden eisnoeren van 1 of 2 rijen afgezet in het water. De snoeren worden vastgezet aan de waterplanten. na
ongeveer 5 dagen komen de larven uit het ei en ontwikkelen zich tot padjes in vijf tot acht weken.
Voorkomen
De rugstreeppad geeft de voorkeur aan zanderige steengroeven, akkers en ruigten. Ze zijn 's nachts actief en schuilen overdag
graag onder stenen, boomstronken en in holten in de grond. |
|