|
In de tuin vindt u vooral vogels die
zich aangepast hebben aan de mensen.
Om de vogels in de tuin te helpen
kunt u verschillende nestgelegenheden aanbieden. De Koolmees heeft het
liefst een nestkast met vliegopening van minimaal 3,2 cm en de
Pimpelmees een vliegopening van 2,8 cm, de
Gekraagde Roodstaart heeft een ovale vliegopening nodig van 4,5 x 3
cm en de
Holenduif en
Kauw
hebben een vliegopening nodig van 8 tot 9 cm. Daarnaast heb je nog de
Spreeuw die het liefst een vliegopening heeft van 4,6 tot 5 cm. De
Zwarte
roodstaart,
Grauwe Vliegenvanger en ander holenbroeders hebben het liefst een
half-hol nest. Ook
Roodborsten
kiezen wel nestkasten uit, maar dan wel met een half open voorzijde.

In de winter is er een andere manier waarop u de
vogels kunt helpen, namelijk door middel van het aanbieden van geschikt
vogelvoer. Geschikt vogelvoer is o.a. te bestellen bij
www.vivara.nl. Daarnaast kunt u in veel winkels, in de winter ook vele
verschillende soorten voer kopen. Stap in november een winkel binnen en het
assortiment ligt weer klaar: allerlei voedsel om vogels de winter door te
helpen. Hongerende vogels mogen dus in de winter rekenen op een zeer brede steun
van de Nederlandse bevolking. Kijk ook maar om u heen: overal zie je in de
tuinen voedselplankjes, vetbollen, spekzwoerden, graansilo’s, enz. De
variëteiten in aangeboden voedermogelijkheden nemen nog steeds toe.
Hulp nodig?
Men vraagt zich wel eens af of het bijvoeren van de vogels in de winter
wel nodig is. Het hangt uiteraard af van de weersomstandigheden. We kennen soms
jaren achtereen perioden waarin de thermometer nauwelijks onder het vriespunt
komt en ook de sneeuw is in geen velden of wegen te bekennen. Tijdens zulke
winters zullen de vogels hun kostje wel bijeen weten te scharrelen.
Anders wordt het wanneer een langdurige periode van sneeuw en vorst het
leven voor onze gevederde vrienden zuur maakt. Dan is uw hulp meer dan
wenselijk.
Veranderingen in het veld.
Er is in het veld ’s winters ook veel minder te halen dan vroeger. Door
veranderde, efficiëntere landbouwmethoden en andere producten blijven er
veel minder zaden op de akkers achter. Ook zaad van akkerkruiden,
vroeger overal aanwezig, is nu veel schaarser geworden.
Vogelsoorten.
Welke vogelsoorten kunnen we verwachten en met welk voedsel kunnen we ze
helpen?
Naast de soorten die ten allen tijde de bebouwing zullen mijden en die
we daarom alleen in het veld zullen tegenkomen, bijv. veldleeuwerik,
kuifmees, zwarte mees en kruisbek, zijn er heel wat soorten die we in
onze tuin kunnen aantreffen. Zij zoeken vaak juist de bebouwing op omdat
daar iets van hun gading te vinden is. De soorten die we bij huis
aantreffen, kunnen we in 2 groepen indelen: de standvogels en de
wintergasten.
Standvogels zijn vogels die het gehele jaar bij ons
aanwezig zijn en hier dus ook broeden. Het zijn soorten die onder normale
omstandigheden winters moeten kunnen overleven. Dat heeft uiteraard te maken met
het voedsel dat ze verkiezen. Bijv.
huis- en
ringmus,
kool- en
pimpelmees,
kauwtje,
Turkse tortel,
merel, enz.
Wintergasten komen uit noordelijker streken naar ons toe en vertrekken in het
voorjaar weer, bijv.
kramsvogel,
koperwiek,
sijs, ganzen,
enz.
Aan de snavels zie je dat vogels een verschillend
voedselpatroon hebben. Een kegelsnavel duidt op een zaadeter (bijv. een
vink,
goudvink,
keep, enz.), terwijl een priemsnavel insecteneters helpt
insecten uit
nauwe spleetjes te pikken (bijv.
boomkruiper,
winterkoning).
N.a.v. de voedselkeuze kunnen we de vogels ’s winters in 5
groepen indelen.
Groep 1:
Huismus,
ringmus,
geelgors,
vink,
appelvink,
goudvink,
putter,
groenling
en keep. De laatste is een echte wintergast, die in gezelschap van
vinken vanuit het noorden ons land aandoet. Aan de kegelsnavel van deze soorten
zie je dat het echte zaadeters zijn. Dus die verwen je met zonnebloempitten en
hennepzaad. Die zijn oliehoudend en leveren dus veel energie. Daarnaast smullen
ze van onkruidzaad en gemengd zaad (in de dierenwinkel te verkrijgen), bruin
brood, gierst, rijst en ongekookte havermout.
Groep 2:
Van mezen is bekend dat ze van dierlijk voedsel in de broedtijd en zomer
(rupsen) ’s winters
overschakelen op zaden (aanpassing van de maag??). Vandaar dat je bijv. de
koolmees op
de voedertafel zonnebloempitten, pinda’s, halve kokosnoot, vogelzaad en vet ziet
eten. Ook andere mezen zoals de
pimpelmees,
mat- en
glanskopmees en soms een
zwarte mees
eten dit graag.
Groep 3:
De merel,
koperwiek en
kramsvogel
behoren tot de lijsterachtigen. De eerste is een standvogel, terwijl
koperwiek en
kramsvogel
als wintergasten ons land bezoeken. Merels zie je in het najaar vaak bladeren
omkeren op zoek naar wormpjes, slakjes en pissebedden. Kramsvogel en koperwiek
zijn al flink geholpen als ze in uw tuin bessendragende heesters aantreffen:
vuurdoorn, lijsterbes, hulst, contoneaster. Verder helpt u deze soorten met
appels en peren (ook rotte), klokhuizen, gekookte rijst en stukjes gekookte
aardappel (zonder zout).
Groep 4:
Vooral als je aan de rand van het dorp woont, heb je een goede kans een
grote
bonte specht op je voedertafel te krijgen. Ze pikken normaal spinnen,
rupsen, insecten uit spleten in de boom, maar ’s winters versmaden ze ook
zonnepitten, pinda’s, vet en pindakaas niet. Ze hangen, net als mezen, soms aan
een vetbol. Omdat ze zich vooral aan de boomstam bevinden, kun je heel goed
pindakaas en vet (reuzel) op de stam smeren. We kennen mensen die een oud stuk
boomstam in hun tuin hebben gezet met geboorde gaten. Het vet of de pindakaas
(met zaden) erin gesmeerd trekt
grote
bonte spechten aan, maar tevens 2 andere soorten die we regelmatig in onze
tuin tegenkomen: de
boomkruiper
(klein; bruine vleugels en lichte onderzijde) en de overwegend blauw/roestbruine
boomklever. De laatste breidt zich uit in onze omgeving (Uffelte e.o.) en
wordt daarom steeds vaker gezien.
Groep 5:
Tenslotte zijn er nog 3 soorten die, wat het voedsel betreft, wat
kieskeuriger zijn. Dat komt omdat ze overwegend insecteneter zijn:
roodborst,
winterkoning
en
heggenmus.
Dat zie je aan hun priemsnavel. De heggenmus scharrelt in onze tuin vaak als een
grijs muisje onder de struiken. Hetzelfde doet de roodborst. ’s Winters gaan
winterkoning
en
roodborst vaak in schuren, stallen, houtopslagplaatsen op zoek naar spinnen,
vlinderpoppen, enz. Je kunt ze dus met zaden geen plezier doen, maar ze doen
zich te goed aan: meelwormen, maden, universeelvoer (dierenwinkel).
Plaats/tijd.
In feite maakt het niet zoveel uit waar u de voederplaats
aanlegt. Het belangrijkste is dat u rekening houdt met de
volgende punten: a. Te veel voedsel kan ongedierte aantrekken.
b. Zorg dat de kat de vogels niet te makkelijk kan bespringen.
c. Als voedsel te lang ligt kan het gaan schimmelen. d. Breekt
het voorjaar aan, stopt u dan met voeren en laat de natuur zijn
gang gaan.
Onverwacht bezoek.
Als je voor genoemde vogelsoorten een voedertafel in je tuin hebt
geplaatst, moet je er niet raar van opkijken dat een andere vogelsoort
die kleine vogels op de tafel als een lekkernij beschouwt. Onverwacht
kan hij/zij om de hoek van het huis komen scheren en verrast dan
mogelijk een vogel op de voederplaats. Het is de sperwer die, na het
slaan van bijv. een mees, zijn prooi ter plaatse gaat plukken. Niet
kwaad om worden; ook de sperwer komt naar de huizen omdat zich daar ’s
winters meer prooidieren ophouden.
In de natuur.
Het komt maar zelden voor dat we ook vogels in de vrije natuur de
helpende hand moeten bieden. Zij zijn meestal in staat zichzelf te
redden. Toch schieten wij (Vogelwacht)
soms te hulp. Misschien herinnert u zich de strenge winter van 1979.
Toen waren veel vogelsoorten door de maandenlang extreme omstandigheden
volledig van hun voedselbron afgesneden. We konden toen, o.a. dank zij
middenstanders (bakkers, slagers, kruideniers) en andere dorpsgenoten
die ons geld en voedsel schonken, hulp bieden met brood, graan,
slachtafval, dode eendagskuikens, enz. Daardoor werden watervogels in
wakken in de Oude Vaart,
buizerds
(slachtafval) op de Made en steenuilen in kasten op
Rheebruggen de winter doorgeholpen.
Zo’n winter hoopt de schrijver van dit
artikel nooit meer mee te maken, maar wat zachtere winters waarin we
samen kunnen genieten van de capriolen die de vogels op de voedertafel
maken, zijn van harte welkom.
Tussen 2 haakjes: let deze winter op de zgn, zilveroornachtegaal, die in
2002 op diverse voedertafels werd gesignaleerd (en ook al weer in
december 2003). Het is een uit gevangenschap ontsnapte vogel. Ook vliegt
er al een half jaar een paartje Monniksparkieten rond. Deze soort is al
ingeburgerd in zuidelijke landen, bijv. Spanje en lijkt nu zijn
leefgebied in noordelijke richting te verplaatsen.
Dank zij die voedertafels kunnen ook deze soorten een vrij lange periode
van sneeuw en vorst trotseren.
Stuk geschreven door
vogelwacht Uffelte (Fred van Vemden)
|
|
Voor meer informatie over hoe u vogels in de winter het best
kunt helpen, kunt u op de volgende websites terecht:


voerdenatuur.nl
|
|