|
|
|
Veldmuis (Microtus arvalis)

© E. Bruulsema
|
Kenmerken
Veldmuizen lijken erg op ware muizen, maar de veldmuis heeft enkele
verschillen ten
opzichte van de ware muizen. De veldmuis heeft kortere
haren en een kortere staart, de
ogen en oren zijn kleiner en de snuit is
stomper. De staart is donkerder aan de bovenzijde dan aan de onderzijde.
De oren zijn aan de binnenkant onbehaard. De veldmuis wordt tot ongeveer
12 cm lang en 14 tot 40 gram zwaar. De staart is 25 tot 50 mm lang.
Voorkomen
Veldmuizen leven in open gebieden, waar grassen en granen te vinden
zijn. Dit kan zijn
op graanakkers, wegbermen, dijken, slootkanten,
graslanden en klavervelden. Ze leven het liefst in gebieden met kort
gras waar het droog is. Ze komen voor van West-Europa tot Centraal-Azië.
Voortplanting
De Veldmuis plant zich voor van het voorjaar tot de herfst. Ze
kunnen twee tot vier worpen
per jaar voortbrengen. De draagtijd bedraagt
19 tot 21 dagen. Dit zijn gemiddeld 5 of 6
jongen. Soms zijn er
uitschieters naar 12 jongen of in mindere jaren 2 jongen. Ze worden
naakt geboren en zijn blind bij de geboorte. Na 7 tot 11 dagen gaan de
ogen open. Ze
worden dan nog 20 dagen door het vrouwtje gezoogd.
Na 30 dagen zijn de jongen
geslachtsrijp.
Voedsel
De Veldmuis is een planteneter. Hij eet vooral grassen, kruiden en
granen. Soms ook
aangevuld met insecten. Ze zijn vooral 's nachts en in
de schemering actief.
|
|
|