|
Kenmerken
Het mannetje is een opvallende verschijning verwijl het vrouwtjes vrij
onopvallende kleuren heeft. Met de bruinrode borst, de zwarte vlek boven
de snavel en een blauwgrijze kruin is hij makkelijk te onderscheiden van
andere vogelsoorten. Net als de mus heeft de vink een stevige snavel om
zaden mee open te breken. De vink is ongeveer zo groot als een mus.
Broedgedrag
Het gaat goed met de vink, het aantal broedparen gaat iets omhoog in de
laatste jaren. Oude bossen worden tegenwoordig weer in ere hersteld en
vinken voelen zich juist daar thuis. Nesten zijn vrij goed gecamoufleerd
en worden meestal i boen gebouwd. De vink broedt vanaf half april t/m
juli. Meestal broedt het vrouwtje de 4 of 5 eitjes uit, dat gebeurd
ongeveer 12-15 dagen waarna beide ouders de jongen verzorgen. Na 13-14
dagen verlaten de jongen het nest.
Voedsel
Zaden,
jongen worden vooral insecten gevoerd.
Trekgedrag
De vink is een echte jaarvogel. Hij is het hele jaar door te
zien maar ze trekken wel. Vinken die wij in de winter hebben komen
vanuit het noorden bij ons de winter doorbrengen. Vinken die bij ons
de zomer doorbrengen gaan in de winterperiode naar het zuiden toe.
Rond die voorjaar en najaarstrek wordt ons land overstroomd door
vinken en zijn ze een van de meest voorkomende trekvogels. |