|
|
|
Vuurjuffer (Pyrrhosoma Nymphula)

© M. ten Wolde |
Kenmerken
De Vuurjuffer is overwegend rood met zwarte tekeningen. Ze hebben zwarte
poten. De vuurjuffer wordt ongeveer 36
mm lang (3,6 cm) en is daarmee duidelijk groter dan de Koraaljuffer. Hij is één van de vroegst
vliegende libellen, die als larve overwintert.
Voorkomen
Uiterste waarneemdata
zijn 16 maart en 14 september. Grootste aantallen in mei en juni. De vuurjuffer komt voornamelijk
voor bij stilstaande en zwakstromende wateren. Komt dus ook vaak
voor bij tuinvijvers.
Verspreid over vrijwel geheel
Europa komt de vuurjuffer voor. In Nederland algemeen, vooral op
zandgronden en in de laagveengebieden. Sinds enkele jaren breidt hij
zich uit naar de duinen. Ook in België is het een algemeen
voorkomende libel.
Voortplanting
De legperiode is van begin mei tot begin juli. Na twee tot vier
weken komen de eieren uit. De jonge larven leven tussen de drijvende
waterplanten, de oudere stadia zijn in de modderige bodem te vinden.
Hier maken zij jacht op allerlei kleine waterorganismen zoals wormpjes,
watervlooien, insectenlarven en kleinere soortgenoten. Bij de Vuurjuffer
duurt het doorlopen van de larvale stadia twee jaar. Daarna kruipt de
larve het water uit voor zijn laatste vervelling. De rug van de larve
splijt open en de libel komt te voorschijn. Dit proces wordt uitsluipen
genoemd.
|
|