|
|
Wintertaling (Anas crecca)

© M. ten Wolde

© M. ten Wolde
|
Kenmerken
Met zijn 35 cm lengte is de wintertaling een stuk kleiner dan de
wilde eend. Het vrouwtje heeft wel wat weg van het vrouwtje van de wilde
eend, maar is wat meer gedrongen en een stuk kleiner. Het mannetje is
veel opvallender. Het kleine grijze gedrongen lichaam wordt afgewisseld
met enkele zwarte en witte vlekken. De kop is net als bij het mannetje
van de wilde eend het meest opvallend. Een grote groene vlek op de kop
die begint vlak voor het oog helemaal naar achteren toe wordt omlijnt
door een witte rand. De rest van de kop is bruinrood. Vliegend
vallen ze op door de groene vlek op de vleugels.
Broedgedrag
Rond de maanden april-juni worden er 8 tot 11 eieren uitgebroed. Het
nest wordt op een
onopvallende plek de grond gemaakt. De
camouflagekleuren van het vrouwtje komen dan goed van pas. Ze is dan ook
de enige die de eieren uitbroed. In Nederland zijn er niet veel
broedgevallen. Het grootste aantal zul je in de winter aantreffen.
Voedsel
Kleine diertjes en planten.
Trekgedrag
In de winter wordt ons land op bepaalde plaatsen veel
bezocht door de wintertaling. Met name geïsoleerde vennen
en meren worden veel bezocht. Langs de kust zijn de grootste
aantallen te zien. Van jaar tot jaar kan dat behoorlijk
schommelen. Vooral in strenge winters worden er veel minder
geteldIn de zomer blijven er een paar duizend broedpaar over. |
|