|
Kenmerken
De zilvermeeuw is ongeveer even groot als de buizerd, met een
geheel wit lichaam en zilvergrijze bovenkant. De jongen zijn wit met
grijze vlekken. In heel Europa komt
hij voor als broedvogel langs de kust en in het binnenland achter de
kust. In Nederland ongeveer 60.000 paren.
Broedgedrag
De zilvermeeuw maakt een nest in het zand
van de duinen, op rotsen of gebouwen. Ze leggen vaak 2 of 3 zeer
gevarieerd gekleurde eieren. Deze worden gelegd in april/mei. Door
beide partners worden de eieren in 26 tot 32 dagen bebroed. De
jongen kunnen na 40 tot 50 dagen uitvliegen.
Voedsel
Het voedsel van de zilvermeeuw
bestaat o.a. uit: zee- en waddendieren, afval, eieren en jongen van
andere zeevogels.
Trekgedrag
In de winter zijn deze vogels vooral langs de kusten te vinden.
Ook wel in de buurt van vuilstortplaatsen e.d. |